english
Een introductie tot het werk van Ann Dieltjens.
Een fusie van tegengestelden.
Ann Dieltjens maakt abstracte sculpturen in een duidelijke, eenvoudige vormentaal. Hun
interpretatie is meerduidig. Het werk vertelt ons zowel iets over evolutionaire groeiprocessen,
architectuur en industriële vormgeving, als over universele menselijke houdingen en verhoudingen,
archetypes en artefacten. Daarnaast zijn er ook associaties met persoonlijke herinneringen en
emoties van de kunstenares. In de fusie van al deze elementen speelt zij de tegenpolen tegen
elkaar uit: zwart en wit, organisch en constructief, wiskundig en willekeurig, introvert en extravert.
Een grote bron van inspiratie is de wording en de was van levende organismen in een industriële omgeving.
Terwijl de sculpturen aan de ene kant genesis en groei oproepen, evoceren ze gelijktijdig het
tegenovergestelde: een vorm van gevangenschap. De vrije vorm zit gevangen in de constructie, zoals de
wortels van een plant in een veel te kleine bloempot. Hierbij gaat de kunstenares ervan uit dat de formele
spanningen van de sculptuur een projectie zijn van verhoudingen tussen mensen. Want net als een plant
die ingroeit in een hek, kunnen wij als ‘beweeglijk’ individu ook ingebed raken in een ‘onwrikbare’ situatie,
moeten we vaak functioneren binnen een vast schema. De sculpturen vertalen zulke spanningsvelden
in de menselijke communicatie naar een vorm.
De werken van Ann Dieltjens zijn nooit statisch, maar ze bevatten steeds een subtiele dynamiek. In
de ontwerpfase gaat de kunstenares vaak uit van een beweging. Ze laat haar modellen op papier
groeien, muteren, evolueren,... tot ze een geschikte pose heeft gevonden.
Soms doen de werken denken aan futuristische bouwwerken, soms aan een archeologische
opgraving, aan potten en pannen in de keuken, of aan een plant in ontwikkeling. Of de inhoud nu
gevoelsmatig, rationeel, ironisch of beschouwend is, de titels die de werken meekrijgen, maken voor
de toeschouwer de regels van het spel duidelijk. Of ze geven tenminste een richting aan voor hun
interpretatie.
Tussen design en architectuur.
De werken van Ann Dieltjens verkennen het grensgebied tussen sculptuur, design en architectuur. Ze
kunnen gerelateerd worden aan design, omdat ze op een of andere manier doen denken aan
gebruiksvoorwerpen. Tegelijk hebben ze een architecturaal karakter: net als gebouwen nodigen ze uit
om erin en eromheen te gaan. Zelfs bij de kleine werken is de stimulans aanwezig om een ruimtelijke
dialoog aan te gaan, een verlangen naar monumentaliteit.
Vaak zoekt de kunstenares voor de witte volumes inspiratie in de microscopie. Ze vergroot de cellen
uit, vindt er nieuwe uit en laat ze een ruimte kiezen waarin ze kunnen gedijen. De volumes roepen iets
meditatiefs op en doen denken aan de breekbare schoonheid van eieren, beenderen, zaden en
fossielen. Het zijn ‘naakte’ vormen, die de subtiliteit en zachtheid oproepen van een gladde, blanke huid,
sensueel en met erotische connotaties. Het licht vergroot dit effect nog, omdat een oneindig aantal
schaduwgradaties de vorm nog tastbaarder maakt. Licht en ruimte vullen elkaar aan en creëren, net als
in de klassieke beeldhouwkunst, de illusie van materieverandering. Zoals marmeren figuren indertijd de
indruk wekten menselijk te zijn, zo speelt Ann Dieltjens in “Elastic Blues” met de idee van een elastische
materie.
Rond de amorfe vormen, die zacht aandoen, creëert de kunstenares metalen structuren. De inspiratie
hiervoor zoekt ze in de volumes van modernistische gebouwen en ijzeren constructies. Het metaal
heeft niet alleen een formele functie, maar geeft de sculpturen ook inhoud. Basisvormen als de kubus
en de balk creëren een denkruimte en doen tegelijk denken aan kooien. Meubelarchetypes relateren de
werken aan iets herkenbaars, waardoor ze een psychologische lading krijgen. Ladders voegen ritme en
richting toe aan de sculptuur, en de idee van een afgelegde weg.
Handmatig versus industrieel.
Ann Dieltjens bouwt haar sculpturen op uit kalk (gips) en ijzer. Deze materialen vragen elk om een
heel andere benadering. Kalk, het constructiemateriaal van de natuur, vraagt een meer gevoelsmatige
aanpak, waarbij de nadruk ligt op kneden, modelleren, schuren en polieren. IJzer, het industriële
basismateriaal, eist een meer planmatige aanpak. Door het combineren van het industriële en het
organische daagt de kunstenares de technische mogelijkheden uit. Die werkwijze heeft niet alleen
effect op het vormelijke, maar ook op de betekenis, de inhoud. De toeschouwer krijgt met beide
materialen een heel andere affectie.
De kunstenares flirt met het industriële door de grondstoffen als bouwmaterialen te verwerken, maar
tegelijk het ambachtelijke te benadrukken. Naargelang van de moeilijkheidsgraad van de witte vormen
maakt ze gebruik van de mouleertechniek, waarbij ze eerst de vorm in klei maakt en vervolgens afgiet,
of bouwt ze de vorm rechtstreeks op rond een wapening van ijzer en net. Ook na een lang
schuurproces behoudt die nog een relatief oneffen oppervlak, wat het handmatige karakter ervan
versterkt. Waar veel beeldhouwers metaal smelten of drijven, wil Ann Dieltjens met het metaal
construeren. Staven van verschillende diktes worden aangekocht, versneden, gelast en geplooid en
daarna afgewerkt met de slijpschijf. Het basismateriaal blijft nog goed zichtbaar bij het eindresultaat. In
haar sculpturen werkt het handmatige verzachtend ten opzichte van het harde, machinale.
Onderzoek naar betekenis.
In de gangbare opvatting van kunstenaars en wetenschappers als individuen die elk op hun eigen
manier naar de grenzen van de maakbaarheid van de wereld zoeken, wordt de kunstenaar stereotiep
als impulsieve chaoot en de wetenschapper als geordende perfectionist afgespiegeld. Ann Dieltjens
staat als ‘impulsieve perfectionist’ op de kruising van deze twee werelden. Zij onderzoekt nauwgezet
hoe formele gegevens omgezet kunnen worden in betekenis, waarbij het onderzoek vaak zijn eigen
leven gaat leiden en haar steeds verder drijft naar onontgonnen gebieden.
De kunstenares bekijkt elk fragment in de ruimte als een drager van informatie, die op haar beurt kan
evolueren, getransformeerd en gecombineerd worden tot nieuwe informatie. De aanzet van deze
eigenzinnige visie was al aanwezig in het eindwerk van haar studie beeldhouwkunst in Sint-Lukas,
Brussel. Hoewel een aantal van die eerste producten nog steeds up-to-date zijn, toont het huidige
werk toch duidelijk meer diepgang en breedte, zowel qua methode als qua betekenis
De vorm van een idee.
De werkmethode van Ann Dieltjens is een beetje zoals een improvisatie bij jazz. Vanuit de idee dat
elke nieuwe variatie van een ruimtelijk gegeven ook een nieuwe ruimtelijke ervaring kan uitlokken,
blijft de kunstenares bepaalde thema’s verder uitdiepen. Haar werk is een continu proces van
constructie, deconstructie en reconstructie. In haar schetsboek kan je voortdurend nieuwe ideeën
zien ontstaan uit de vorige. Ze worden aangepast, aangevuld en verduidelijkt, tot ze op een bepaald
moment geschikt zijn voor uitvoering.
Virtuele beelden.
De kunstenares werkt haar ideeën niet alleen uit in driedimensionale beelden, maar experimenteert
ook met digitale sculpturen. Ze tekent handmatig, en met de”tools” van Photoshop, driedimensionale
amorfe vormen in een vooraf gekozen gefotografeerde ruimte of constructie. Door te tekenen, kan ze
heel snel en gemakkelijk uitdrukking geven aan haar ideeën. Omdat ze de beperkingen omzeilt die
materialen als ijzer en gips met zich meebrengen, kan ze ook sculpturen maken die in de
driedimensionale werkelijkheid onmogelijk te realiseren zijn.
De virtuele beelden zijn voor de kunstenares meer dan ontwerpen of studies. Het zijn kunstwerken op
zich, die in een interessante wisselwerking staan met de handgemaakte sculpturen. Het digitale vormt
voor haar een inspiratiebron voor het driedimensionale en omgekeerd.
Nathalie Huyghe 2008
ANTICHAMBRE #2 ANN DIELTJENS
The Shape of Things
In samenwerking met SLAC presenteert M artistieke interventies in de antichambre en de publieke ruimtes van het museum. De projecten onderzoeken de eigenheid van publieke ruimtes en bevragen de rol van de antichambre als ontmoetingsplaats.
Ann Dieltjens (°1967) studeerde aan Sint-Lukas Brussel (1985-1989) en specialiseerde zich in de beeldhouwkunst in het atelier van Koenraad Tinel. De kunstenares woont en werkt in Leuven. Ze stelt haar werk regelmatig tentoon in binnen- en buitenland en voert werk uit in opdracht. Daarnaast geeft ze les aan de Stedelijke Leuvense Academie (SLAC).
Ann Dieltjens ontwikkelt sculpturen, installaties en digitale tekeningen in een duidelijke en eenvoudige vormentaal. Inspiratie vindt ze in evolutionaire groeiprocessen, architectuur en industriële vormgeving. Haar onderzoek balanceert op de grens tussen design en sculptuur. Ze creëert zachte, naakte vormen in confrontatie met harde constructies. In een sterk zwart-wit contrast werkt ze haar beelden uit in gips, ijzer en polymeren en ze geeft die een uitgesproken gelaagdheid in betekenis mee. Die betekenis kan verwijzingen naar onze visuele belevenis bevatten en die tegelijkertijd in vraag stellen. Maar de beelden kunnen de bezoeker ook iets vertellen over het opnieuw interpreteren van archetypes en de positie van een individu in zijn omgeving.
De drager van de installatie The Shape of Things bestaat uit het frame van een denkbeeldig klaslokaal en de ritmische constructie verwijst naar de opstelling van tafels en stoelen zoals we die kennen in een klassieke klassituatie. Op de tafels liggen tabletten in gips, met vormen en afdrukken. De soundscape met het gemurmel en de uitschieters van een jongerenatelier vormt de achtergrond.
Ann Dieltjens onderzoekt in dit werk de spanning die ze als docent/ beeldend kunstenaar ondervindt tussen enerzijds het eenvoudige gegeven kennis over te willen dragen en anderzijds het verlangen om niets uit te leggen en het kunstwerk zelf zijn werk te laten doen.
In The Shape of Things is de docent afwezig, enkel de kunstenaar reikt beeldmateriaal aan voor een mentaal vorm- en betekenisspel. Het is een vrij spel met vormen van herkenning en vervreemding die bij de toeschouwer via impulsen en impressies een waaier aan nieuwe associaties kunnen oproepen.
DIDI DE PARIS BIJ DE OPENING VAN‘THE SHAPE OF THINGS’
DONDERDAG 2 SEPTEMBER 2010
Of er iets op TV was. ‘Niks’, antwoordde mijn moeder. Ik nam de krant en zei: ‘Zo, niks? En hier dan? En daar dan?’ Mijn moeder bloosde.Wij hadden de eerste televisie in onze straat en ik was gewoon ‘een lastig joenk’, en kon tot overmaat van ramp al lezen voor ik naar school moest. Niet dat ik daar verder ook maar iets geleerd heb.
Mijn binnen pedagogisch verband consequent gecultiveerde autisme zorgde ervoor dat ik, zoals overal elders, alleen maar hoor wat ik wil horen. Als het mij al eens interesseerde zorgde ik ervoor dat het in de klas stil was, muisstil…
Jos Ghysen omschreef de school ooit als een pedagogisch verantwoorde gevangenis. Het klaslokaal in ons dorpschooltje was een knusse gevangenis: de kachel snorde en de karper in het diepgroene aquarium blubte. Ik zat helemaal achteraan, ver voorbij de laatste bank, tussen twee grote kasten. And time was on my side, boven mij hing, als een zwaard van Damocles, een tijdsband met als topic, of als aureool, ter hoogte van mijn hoofd, de beeltenis van Godfried van Bouillon.
Telkens als ik het grijze insect voor het bord weer roder had doen aanlopen dan de kachel, en er gebruld werd ‘Gij daar vanachter’, keek ik naar boven en vroeg ‘Eddet g’oort, jong?’
Als ik echt stout was zette de meester de kasten open en zag je mij niet meer zitten. Ik zat dan in mijn tabernakel, in mijn kast van een huis. Gooide mij gretig op de lectuur van Sjors & Jimmie, Ohee, Ons Volske,Vlaamse Filmkens, of verloor mij in de avonturen van Billy Turf en Little Nemo in Slumberland, en in Ivan Illich zijn Deschooling Society.
En het is niet omdat ik een dagje ouder word en eventueel iets gematigder zou zijn geworden - no fucking way - dat ik hier vandaag met jullie geniet van een installatie die…een klaslokaal voorstelt! We staan hier bij The Shape of Things. Dat laat zich vertalen als ‘een stand van zaken’. Een werk van Ann Dieltjens. Maar allicht wist u dat al. Het geheel heeft het kader, het frame, het cardan, de ijzeren logica van een denkbeeldig klaslokaal. Er is de metalen constructie en de ritmische opstelling van stoelen en banken, en een soundscape met kinderstemmen, en hun schrille uitschieters. Op de tafels liggen tabletten in gips, met vormen en afdrukken, die de visie van de kunstenaar op de realiteit verbeelden.
Het statische van de omkadering contrasteert met de beweeglijkheid van de ideeën. Onderwijs is immers een zaak van stilstand en beweging. Stil zitten, terwijl de wereldvermaarde neuropsychiater Oliver Sacks zegt dat intelligente mensen juist veel moeten bewegen. Hugo Claus die moest om te kunnen werken, zijn loop hebben, plaats om te ijsberen. Eieren zijn toch ook het best van kippen uit de vrije loop?
In deze klas kan men niet zitten blijven.Wie op de stoelen gaat zitten valt er door. In dit lokaal is de leerkracht even weg, de vervanging wordt gedaan door de kunstenaar die beeldmateriaal aanbied voor een mentaal spel met vormen en betekenissen, een psychedelisch hinkelspel.Want hier werd geassocieerd... En nu wordt het publiek op zijn beurt uitgenodigd verdere associaties te maken. Ondertussen loopt de geluidsband verder en breken onbestemde geluiden onvermoede semantische velden open. Betekenissen die aan een mens zijn blijven plakken. Zoals zich in de rotsen stalactieten of stalagmieten vormen... Zo werkt het.Voortbordurend op andere, oudere dingen. Elementen van vroeger worden meegenomen en in nieuwe combinaties verwerkt, het geheel evolueert en breidt zich uit; zoals steden laag na laag op elkaar gebouwd worden, met de gelaagdheid van een roman.
In razend tempo trekken alle klaslokalen aan mij voorbij. Ik zie Het Verdriet van België, en de al dan niet gedroomde gewelddadige schoolopstand uit IF… (met Malcolm McDowell - nog voor hij schitterde in Clockwork Orange – een blijvend pedagogisch rolmodel. Of de compleet anarchistische school in Zéro de Conduite van Jean Vigo. En ik geniet weer als De Witte en de bengels de klas op stelten zetten, en vol vuur denk ik terug aan een film uit 1969: Hurra, die Schule brennt!
Vergeef mij mijn kinderlijk enthousiasme: ik wil slechts de school afschaffen! En vervangen door een permanent leerproces. Verwacht van mij geen pasklare oplossingen. Een kunstenaar kan slechts spelen en spotten (in vele betekenissen).
En tot nadere orde, dames, heren, kameraden, genossen, vrolijke vrienden, compañeros, muchacha’s y hombres complicados blijft School’s out now forever, van Alice Cooper, net als het werk van Ann Dieltjens, een van mijn all time favorites
Didi de Parisenthousiasme http://didideparis.wordpress.com |